Honderd jaar geleden viel het Duitse leger België binnen en werd ons land het strijdtoneel van een wereldoorlog. In de herdenking van de Eerste Wereldoorlog gaat er veel aandacht naar de strijdkrachten en de militaire operaties, maar over het dagelijkse leven van de bevolking tijdens de oorlog is er veel minder bekend. Nochtans werden alle aspecten van het dagelijks leven beïnvloed door de jarenlange strijd.
Het boek bestudeert de impact van de Eerste Wereldoorlog op de landbouwsector en de voedselbevoorrading. Al bij het begin van de oorlog viel de import en export van levensmiddelen stil. De beschikbare voedselvoorraden slonken zienderogen en wat er nog restte, werd vaak opgevorderd door de Duitse bezetter.
Ook in de landbouwsector ging het slecht: de nodige grondstoffen ontbraken en vee en paarden werden opgeëist. Bovendien was er door de bezetting van de zeehavens van visserij weinig sprake. De hele oorlog lang heerste er voedselcrisis. Maar de bevolking was creatief: ze organiseerde openbare soepbedelingen of gebruikte stadsparkjes als moestuin. Alle middelen waren goed om de honger te bestrijden. Ook de zwarte markt floreerde waardoor sommige landbouwers en handelaars opmerkelijke winsten boekten.
Op basis van dagboeken, kranten, aanplakbrieven en contemporaine literatuur wordt in Boter bij de vis een beeld geschetst van de situatie in bezet en onbezet gebied, zowel tijdens als vlak na de oorlog. Uit het boek blijkt dat de Eerste Wereldoorlog een belangrijke episode was in de geschiedenis van de landbouw en onze eetcultuur en een cruciale breuk betekende op het vlak van de agrarische politiek in de West-Europese landen.
Het boek is een initiatief van CAG, in samenwerking met het Departement Landbouw en Visserij van de Vlaamse Overheid.
Auteur
Brecht Demasure
Uitgever
Davidsfonds, Leuven
Datum
2014
Formaat
280 p.
Het boek is niet meer verkrijgbaar.
CAG startte in 2012 met het project Landbouw, voeding en Eerste Wereldoorlog. Vanaf 2014 verschoof de focus van onderzoek naar publieksontsluiting. Het netwerk ‘Boter bij de vis’ fungeerde daarbij als trekker.