De jaren '50 en '60 mogen beschouwd worden als een kantelmoment in de landbouwgeschiedenis. Tractoren vervingen vanaf dan snel de boerenpaarden. Knechten verdwenen van de boerenhoven en velden. Steeds modernere machines namen het handwerk over. Het startschot werd gegeven voor een verregaande schaalvergroting en specialisering.
Steeds minder boeren produceerden steeds meer en goedkoper voedsel. De landbouwondernemingen werden alsmaar groter en kapitaalintensiever. De boer werd meer dan ooit een échte ondernemer. Of was hij dat altijd al geweest?
In het boek komen veertig landbouwers en tuinders aan het woord. De oudste getuigen startten vlak na de Tweede Wereldoorlog hun bedrijf op. De jongsten zijn vandaag nog steeds actief.
De levens van deze mannen en vrouwen omspannen een cruciale halve eeuw landbouw- en plattelandsgeschiedenis. Hun persoonlijke getuigenissen vormen samen een verhaal over een unieke sector in volle ontwikkeling: een verhaal over starten en groeien, over ondernemerszin, over dromen en teleurstellingen, over opvolgen en overlaten. En vooral over 'boer' zijn.
"Ik ben geboren in een tijd dat het veld nog met paarden bewerkt werd. Ik heb zelf nog gepikt met de pik. De generatie die tien jaar jonger is dan ik, heeft dat allemaal niet meer gezien! Eigenlijk heeft mijn generatie de grootste veranderingen meegemaakt in de landbouw."
(Michel, 1941, Oost-Vlaanderen, Zandleemstreek)
Auteur
Evelyne Martens
Uitgever
Davidsfonds Leuven
Datum
2010
Formaat
164 p.
De publicatie is nog te verkrijgen in diverse boekhandels (ISBN 978 90 5826 619 4).