In de publicaties staan de eetgewoonten rond belangrijke momenten in het leven in Vlaams-Brabant, Belgisch-Limburg, Noord-Brabant en Nederlands Limburg centraal.
De veranderingen van culinaire tradities in de loop van tijd in de regio's met de verschillen en overeenkomsten komen uitgebreid aan bod: van geboorte en doopsel, communie en huwelijk, tot aan het overlijden.
Auteurs
Arnoud-Jan Bijsterveld, Eddie Niesten, Yves Segers, Iris Steen
Uitgever
Provincie Vlaams-Brabant, Leuven
Datum
2005 - 2006
Formaat
180 p.
De eerste communie: driemaal naar de kerk
Als de grote dag eindelijk aangebroken is, wacht de eerste communicant vaak een heel beladen programma. Eerst is er de vroegmis, dan volgt de hoogmis en na de middag wordt de eventuele feestdis verlaten voor het lof. De afstand tussen woning en kerk is soms groot en dient veelal te voet afgelegd. Daardoor is er in sommige dorpen de gewoonte gegroeid dat communicanten die ver van de kerk wonen het ontbijt, na de vroegmis, bij collega-communicanten mogen gebruiken die dichterbij wonen. Nadien gaan zij samen naar de hoogmis.
Eenmaal die voorbij, is er feest. Niet voor iedereen, want de eerste communie blijft duidelijk in de schaduw van de plechtige communie. Sommigen hebben op dat moment trouwens het meest opmerkelijke culinaire gebeuren van deze dag al achter de rug. Zo herinnert een jongen van toen zich dat hij uitzonderlijk bij zijn meter is mogen gaan ontbijten. "Daar kreeg ik twee eieren te eten. Dat kende ik niet als ontbijt." Wij schrijven 1932.
Maar in vele gezinnen is er natuurlijk feest. Het aantal genodigden varieert sterk maar grootouders, peter en meter, tantes en ooms krijgen, naast het gezin zelf, vaak de uitnodiging om aan de feestdis aan te schuiven. Alles bij mekaar makkelijk enkele tientallen feestvierders waardoor de dagelijkse thuisinfrastructuur meer dan eens behoorlijk dooreen gehaald wordt. Want bij alle geïnterviewden die hun eerste communie vieren vóór of tijdens de Tweede Wereldoorlog gaat het feest thuis door en doen de "specialisten" pas veel later hun intrede. De communicant krijgt de ereplaats, geflankeerd door peter en meter, vader en moeder en soms grootvader(s) en grootmoeder(s).
Vóór de Tweede Wereldoorlog zorgt in principe nog moeder voor het feesteten, hierin bijgestaan door familie. Wordt een beroep gedaan op een kookster, dan betekent dat nog niet noodzakelijk een echte snipperdag voor moeder. Vaak moet zij immers "tussen de bedrijven door" de haar toegewezen taken op de boerderij (dieren verzorgen, melken) nog ter harte nemen.