Koffie te koop

Gebrande koffie was vanaf het einde van de negentiende eeuw te koop bij kleine kruideniers. Zij hadden de koffie ofwel zelf gebrand, ofwel op hun beurt gekocht bij een brander.

Op die manier was koffie minder exclusief dan de groene bonen uit winkeltjes in koloniale waren van de late zeventiende en vooral achttiende eeuw. Die trend zette zich verder. Het aanbod verruimde, verpakkingen volgden. 

Twee promotiedisplays voor koffie Douwe Egberts, 1986. Collectie Douwe Egberts.

Kruideniers

Kruideniers boden hun waren in de negentiende eeuw in bulk aan. Voor gebrande koffie betekende dat in grote afgesloten blikken, te bewaren op een warme en droge plaats. De kruidenier bepaalde welke keuze de klant had. Doorgaans had hij voor koffie enkele kwaliteitsniveaus in de aanbieding. De kruidenier bepaalde ook de prijs.

De klant nam aanvankelijk zelf een recipiënt mee om de bonen in te doen. Een ingevet leren zakje liet geen lucht of geur door. Ook een papieren puntzak deed dienst, hoewel die de kwaliteit van de koffie niet ten goede kwam bij langere bewaring.

Koffieblikken van ‘Elektrieke koffiebranderij De Reisduif’ voor verschillende mélanges, ca. 1920 - 1940. Collectie Stroobants Koffie.

Ketens

Jules en Auguste Delhaize waren in 1867 de eersten om in België een winkelketen op te richten: Delhaize Frères & Cie. Het concept was even eenvoudig als vernieuwend: een keten bestond uit verschillende filialen die werden bevoorraad uit één centraal magazijn. De eigenaar van de keten kocht de waren voor de filialen rechtstreeks aan bij de producenten of produceerde ze zelf.

In 1905 leverde het magazijn van Delhaize iedere week 45.000 kilo koffie uit de eigen branderij aan de meer dan 700 verkooppunten. De winkeliers in die verkooppunten bleven de klanten bedienen, ook in de eerste helft van de twintigste eeuw. Ze schepten niet meer uit bulkverpakking, maar verkochten reeds verpakte koffie. Zelfbediening in supermarkten deed zijn intrede in 1957 toen opnieuw Delhaize de eerste Belgische supermarkt opende aan het Flageyplein in Elsene.

Foto van het interieur van een typische Delhaizewinkel. Fotograaf onbekend, 1934. Collectie Delhaize.

Verpakkingen

Branders hadden er belang bij dat klanten hun product verkozen boven een ander. Ze zorgden daarom niet alleen voor een kwalitatieve, blikken verpakking voor hun gebrande bonen, maar ook voor een opvallende. Sommigen kozen voor exotische taferelen, anderen voor een kleur in combinatie met een dier. Denk maar aan de De Roode Pelikaan, De Witte Zwaan of De Zwarte Kat. Toen koffie vanaf de twintigste eeuw werd verpakt in kleinere blikken, voor thuis, kwamen de branders echt in de huizen binnen en werd het belang van branding nog groter. 

Met de uitvinding van de vacuümverpakking rond 1950 kwam ook gemalen koffie te koop. Die verpakking weerde alle schadelijke invloeden van buitenaf. Het nadeel dat de gassen die gebrande koffie zelf produceerde niet afgevoerd konden worden met aromaverlies tot gevolg, werd opgelost met een ventiel.

De eerste portieverpakking, die net genoeg koffie bevatte voor  één kopje, was de voorgedoseerde filter die Rombouts in 1958 ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling op de markt bracht. Aan het einde van de twintigste eeuw zorgden de pads en capsules van Senseo en Nespresso ervoor dat portieverpakkingen niet meer weg te denken zijn.

Oosters geïnspireerd papieren koffiezakje voor Dakof koffie, 1920 - 1970. Collectie Stroobants Koffie.

Terug naar boven