Nood aan actie

De publicatie van het Mansholtplan zorgt al van bij het begin voor beroering. De moeizame en trage zoektocht naar compromissen, doet de nervositeit bij de landbouwers stelselmatig toenemen. De bereidheid om te betogen wordt steeds groter.

Cartoon in de Gazet van Antwerpen van 25 maart 1971, overgenomen uit The Guardian: “Boeren betogen. Ministers vergaderen eindeloos.” ©Gibbart, 1971. Collectie Gazet van Antwerpen.

Boeren op straat in de jaren 1950-1960

Eind jaren 1950 organiseert de Boerenbond massale protestacties om de problemen van de landbouwsector onder de aandacht te brengen van de Europese beleidsmakers. Die protesten verlopen in de vorm van ordelijke optochten volgens een vast stramien: vooraan de leiding van de Boerenbond en enkele prominenten, daarachter ruiters en leden van de boeren- en boerinnengilden en de jeugdafdelingen.

In de jaren 1960 zijn de boerenprotesten echter vaak van een heel andere aard. De Waalse landbouworganisatie Fédération des Unions Professionnelles Agricoles (UPA) en zijn jongerenorganisatie Fédération Nationale des Jeunes Alliances Paysannes (FNJAP) komen in 1962 op straat om druk te zetten op de regering en de publieke opinie bewust te maken van de problemen van de landbouwers. Deze ‘drietandacties’ krijgen navolging in Vlaanderen en leiden zelfs tot de oprichting van een nieuwe organisatie: het Algemeen Boerensyndicaat (ABS). In deze syndicale acties zullen tractoren steeds meer een centrale rol innemen als drukkingsmiddel.

Het aantal tractoren bij ABS-betogingen in de jaren 1960 lag meestal rond de 200. Luid claxonnerend brachten ze de onvrede van de boeren onder de aandacht. ABS-betoging in Beitem, jaren 1960. Collectie Algemeen Boerensyndicaat.

Het Groene Front

De stagnerende landbouwprijzen en de terughoudendheid van de Europese Ministerraad zorgen voor een uitzichtloze situatie bij veel landbouwers. Met COPA hebben de boeren wel een internationale koepelorganisatie die kan lobbyen bij de Europese Commissie, maar de impasse in de Ministerraad blijft aanhouden. Begin 1971 is de maat vol: tijd voor actie.

Waar protesten en acties in het verleden door verschillende landbouworganisaties apart georganiseerd werden, slaan ze nu de handen in elkaar. COPA roept op tot een gemeenschappelijke actie “van de gehele landbouwersstand”. Voor het eerst verenigen Boerenbond, Alliance Agricole belge (AAB) en de Fédération des Unions Professionelles Agricoles (UPA), de drie grootste en gevestigde landbouworganisaties in België, zich in ‘het Groene Front’.

Eind januari 1971 worden de landbouwers via het tijdschrift 'De Boer' door het Groene Front opgeroepen om zich “klaar te houden om massaal deel te nemen aan een nationale syndikale aktie”, ter ondersteuning van de vraag naar eenvormige actie die COPA in het vooruitzicht stelt. In de aanloop naar de grote betoging, vinden meerdere lokale protestacties plaats, waarvan enkele uitgebreid de pers halen. 

De voorpagina van 'De Boer' op 27 februari 1971, waarin voor het eerst de nationale betoging wordt aangekondigd. KADOC - KU Leuven, Archief Boerenbond.

De spanning stijgt

Op 15 februari 1971 slagen enkele jonge boeren van de FNJAP erin om met drie koeien de Ministerraad binnen te dringen. Een ludieke actie die gevolgd wordt door stakingsacties, optochten met tractoren en wegblokkades met tractoren in alle provincies. Er zijn protesten in Bastenaken, Antwerpen, Hasselt, Tienen, Turnhout, Sint-Niklaas, Lokeren, Essen, Wuustwezel….

Die provinciale of regionale betogingen dienen als een soort opwarming voor de grote betoging in Brussel. Het is duidelijk: de bereidheid onder de boeren om te betogen is groot. Niet alleen in België, maar ook in de andere landen van de EEG vinden her en der protesten plaats. Zo betogen begin maart wel 50.000 boeren in de toenmalige Duitse hoofdstad Bonn tegen het plan Mansholt en voor hogere EEG-prijzen.

Demonstratie van jonge boeren tegen het gemeenschappelijk landbouwbeleid in Brussel tijdens de Landbouwraad van 15 februari 1971. De jongeren van FNJAP slagen erin met drie koeien de Ministerraad binnen te dringen. Foto ©Jean-Louis Debaize. Europese Gemeenschappen, 1971. EC - Audiovisual Service.

23 maart 1971 wordt dé grote dag

Eind februari is het zover: in de landbouwpers wordt met veel bombarie aangekondigd dat op 23 maart in Brussel een grote boerenbetoging zal plaatsvinden, die deel uitmaakt van het ‘Europese offensief’ dat in alle lidstaten wordt gevoerd. Het is niet toevallig dat er voor 23 maart wordt gekozen. Op die dag overleggen de Ministerraad en COPA opnieuw in Brussel, zoals er sinds december 1968 reeds tal van besluiteloze vergaderingen waren gepasseerd.

De landbouworganisaties van het Groene Front brengen al hun lokale bestuursleden op de hoogte van de nakende betoging. Er worden overal vergaderingen georganiseerd waarop de landbouwers wordt verduidelijkt dat alle boeren in Brussel worden verwacht om te betogen tegen het plan Mansholt en voor een menswaardig bestaan. Met minstens één bus per gilde wil men naar Brussel trekken. Ook het ABS mobiliseert zijn hele achterban. Al snel duiken er berichten op, bijvoorbeeld in Het Nieuwsblad en Drietandmagazine, dat er in alle uithoeken van het land niet meer voldoende autobussen beschikbaar zijn. Er wordt daarom ook met de NMBS afgesproken een aantal extra treinen in te leggen naar de hoofdstad, bijvoorbeeld vanuit Poperinge, Ieper, Wervik en Kortrijk.

Demonstratie van boeren in Brussel op 23 maart 1971 tegen het landbouwbeleid van de EEG. Een groep betogers komt aan in Brussel aan het Noordstation en draagt slogans mee als ‘Mansholt waarom leven wij?’ en ‘Wij zijn het zat’. Nationaal Archief Nederland, Collectie Algemeen Nederlands Fotobureau (ANEFO).

In colonnes

Camiel Adriaens, later voorzitter van ABS, vertelt over het vertrek naar Brussel:

“De dag zelf, ik herinner mij nog heel goed, we waren al heel vroeg uit de veren, want de boeren moesten eerst al hun werk gedaan hebben voor dat ze konden weggaan. En toch was iedereen ongeveer rond 8 uur bij zijn bus, en dan vertrok dat naar Brussel he. Hele colonnes, aan iedere oprit kwamen er bussen bij. Dat was één sliert van bussen, zoals je nu een file camions zou hebben.”

Een samenvatting van de boerenbetoging in Brussel van 23 maart 1971, met vooraan in het filmpje de vele bussen die toekomen in de hoofdstad. ©Boerenbond. KADOC-KU Leuven. Filmcollectie Belgische Boerenbond

Geen boer op het veld!

De landbouwers worden sterk aangespoord om mee naar Brussel te gaan en daarbij wordt directe en harde taal niet geschuwd. Het Groene Front deelt pamfletten uit met als titel ‘Bevel tot algemene mobilisatie’, waarin de massabetoging en algemene staking wordt aangekondigd. Bij De Boer zit een affiche die overal wordt opgehangen, met het bevel voor een ‘dag van algehele mobilisatie’. In het Drietandmagazine neemt de oproep tot betoging op 12 maart de hele voor- en achterpagina van het tijdschrift in.

Ook de Waalse landbouworganisaties mobiliseren hun leden op een gelijkaardige manier. Er wordt verwacht dat geen enkele boer thuisblijft, want “wie op 23 maart niet mee opmarcheert verdient niet langer de naam van boer te dragen. Aan dit syndikaal offensief niet meedoen is verraad tegenover de standgenoten” (De Boer, 6 maart 1971). De slogan ‘Geen boer op het veld’ wordt bovendien door sommige betogers erg letterlijk genomen.

Godfried Rosseel, opziener van de Boerenbond voor de streek rond Brugge, herinnert het zich nog als gisteren:

"En zo herinner ik mij nog dat wij een twintig bussen uit Goes uit Zeeland hadden die met de Brugse boeren of boeren uit de streek van Brugge naar Brussel gereden zijn. […] Wij [de opzieners] gaan met onze eigen dienstwagen, en zo heb ik met mijn dienstwagen achter drie of vier bussen opgereden [naar Brussel]. Een beetje voor Aalst zeggen wij “Wat staan die bussen daar te doen? Dat zijn Nederlandse nummerplaten, dat zijn verdomme d’ onze”, van de streek van Brugge. Ja, die [zeiden] dus “Stop meneer” tegen die chauffeur van de bus en [zijn] die boer van zijn veld gaan halen. Mee naar Brussel!"

Ook in Wallonië reageren de betogers op landbouwers die toch nog aan het werk zijn. Zo doen een aantal manifestanten in Grand-Hallet hun bus stoppen wanneer ze een boer op zijn veld passeren. Zijn kar wordt omgegooid en de zakken kunstmest worden gescheurd, aldus de Rijkswacht-brigade van Hannuit.

Een pamflet met de oproep voor de boerenbetoging op 23 maart 1971 door het Groene Front. Er wordt duidelijke taal gebruikt om de landbouwers aan te sporen voor de betoging. KADOC - KU Leuven, Archief Boerenbond.

Terug naar boven