Het vranke vlas

Vlas is een veeleisende vezelplant die enkel in milde, vochtige klimaten en op erg vruchtbare bodems gedijt. Maar het vlas geeft ook erg veel terug.

De vlasnijverheid in de Leiestreek geniet tot op heden wereldfaam. Tussen Menen en Deinze worden deze vlastradities dan ook nog steeds met zorg gekoesterd.

Door Brecht Dewaele, 2008

Ansichtkaart van vlas op de loskaai van Bissegem, 1930 - 1950, Provincie West-Vlaanderen.

Op de vlaschaard

Vlas oogt niet enkel mooi op de velden, het kent ook vele toepassingen.

Slijters aan de slag

Dertig dagen na de bloeitijd is het vlas slijtrijp. Vlas slijten (uittrekken) gebeurde tot voor de Tweede Wereldoorlog vooral met de hand en was ontstellend hard labeur.

Op de Leiemeersen

Opvallend genoeg was het Leieroten doorheen de geschiedenis meestal verboden. De roothekkens belemmerden de scheepvaart. En het rootproces bedreigde de vispopulatie.

Over zwingelspanen en andere kwalen

De stukjes houten pijp (lemen) worden van de bundel vezels verwijderd zonder de vlasvezels te schaden. De vlassers maakten aanvankelijk gebruik van een eenvoudige zwingelspaan en een zwingelberd om de lemen uit te slaan.

De queeste van de vezel

In Desselgem, Kuurne, Wevelgem, Bissegem en Ingelmunster bevonden zich de befaamde vlasmarkten van Kortrijk. De handel in vlas speelde zich voornamelijk af rond de uitvalswegen waar de botenkopers hun magazijnen hadden.

Terug naar boven