Sicco Mansholt was de eerste Eurocommissaris voor landbouw, tussen 1958 en 1972. Mee onder impuls van zijn beleid zetten een ongeziene schaalvergroting en enorme productiestijging de hele sector op zijn kop.
Zijn naam galmt vooral na door de boerenbetogingen en boterbergen. Maar Mansholt was veel méér: een boerenzoon uit Groningen, automonteur, vrijwillig militair, volontair-laborant, stagiair-kaasmaker, theeplanter op Java, akkerbouwpionier in Wieringermeer, verzetstrijder, waarnemend burgemeester, organisator van de naoorlogse voedselvoorziening, twaalf jaar landbouwminister in Den Haag, zeiler, schaatser, milieuactivist en al die tijd overtuigd sociaaldemocraat.
Door Dr. Johan van Merriënboer, 2012
Zijn streven naar innovatie, solidariteit, Europese integratie… Sicco Mansholt kreeg het allemaal met de paplepel mee.
Na de Tweede Wereldoorlog rolde Sicco Mansholt als vanzelf in de politiek. Hij werd minister in de Nederlandse regering, bevoegd voor de beleidsdomeinen waar hij de meeste ervaring mee had: voedselvoorziening en landbouw.
Als landbouwexporteur was Nederland uitermate geïnteresseerd in die bevoegdheid in de gloednieuwe Europese Gemeenschap. Met zijn twaalf jaar ervaring in de Nederlandse regering was Mansholt de aangewezen man voor die positie.
Mansholt wist dat zijn impulsplan ongewenste effecten met zich mee kon brengen, maar door het Franse veto tegen de toetreding van het Verenigd Koninkrijk kreeg hij de kans niet om zijn plannen bij te sturen.
Tegen het einde van zijn politieke carrière stelde Mansholt zijn hele wereldbeeld in vraag. De Club van Rome bevestigde zijn vermoeden en kwam tot een onthutsende conclusie.
De invloed van Mansholt op de ontwikkeling van de Europese landbouw kan moeilijk overschat worden. Hij voelde instinctief in welke richting de sector zou evolueren en probeerde telkens een paar stappen vooruit te denken.